Ga direct naar inhoud

De passage tussen Terschelling en Ameland is verraderlijk vanwege de samenvloeiing van verschillende zeestromen. Voor een veilige scheepvaart was het nodig om deze passage 's nachts te verlichten. Toch was het gebied rond Ameland lange tijd duister. In 1876 werd enige verbetering gebracht toen er een kleine vuurtoren werd geplaatst in de duinen ten westen van Hollum. Het licht van deze vuurtoren brandde 15 meter boven hoogwater. Daarnaast werd er anderhalve kilometer ten zuiden van deze toren een tweede lichtopstand geplaatst voor de vissers. Dit was een achthoekig lichthuis op een ijzeren geraamte. Al snel bleek echter dat het licht van de eerste vuurtoren te zwak en niet hoog genoeg was om op grotere afstand zichtbaar te zijn. Er waren nieuwe maatregelen nodig. In 1879 ontwierp Quirinus Harder een hoge gietijzeren vuurtoren voor Ameland. In totaal ontwierp hij 26 vuurtorens, waarvan 10 voor de Nederlandse kust en 16 voor Nederlands-Indië. Dit was de laatste vuurtoren die Harder ontwierp.

In 1880 werd de bouw van de vuurtoren aanbesteed in opdracht van koning Willem III. Op 5 februari 1880 kreeg de aannemer de opdracht om een fundering voor de vuurtoren te maken en drie lichtwachterswoningen te bouwen. Voor de fundering moest een hoge duin worden afgevlakt en een funderingsput worden gegraven. Op de bodem van de put werd een vloer van hardstenen platen gelegd. Ondertussen werd in Deventer gewerkt aan het gieten van alle gietijzeren onderdelen voor de vuurtoren. Samen met ander bouwmateriaal werden deze onderdelen per vrachtschip naar Ameland vervoerd. De lokale bevolking zorgde voor het vervoer van het materiaal naar de bouwplaats. Tijdens de bouw werden paarden ingezet om niet alleen de boerenwagens te trekken, maar ook om met behulp van hefbomen en katrollen de gietijzeren onderdelen omhoog te hijsen. De toren kreeg een draaiende optiek van de grootste omvang, geleverd door Chance Brothers uit Birmingham. Het was het eerste groepsschitterlicht in Nederland, met een groep van 3 witte schitteringen in 30 seconden. Op 10 mei 1881 werd het licht voor het eerst ontstoken. De kleine vuurtoren uit 1876 was niet langer nodig en werd afgebroken. Het visserslicht bleef functioneren en werd in 1891 naar het noorden verplaatst, op een afstand van 400 meter van de nieuwe gietijzeren vuurtoren. Het vormde samen met de vuurtoren een lichtenlijn naar de uiterton van het Westgat. In 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd dit geleidelicht afgebroken.

De vuurtoren van Ameland is een van de weinige die toegankelijk is voor het publiek. Wie de uitdaging aangaat en de 236 treden van de trappen in de vuurtoren bedwingt, wacht boven op de omloop van de hoogste vuurtoren van de Nederlandse Wadden een schitterend en uniek panorama.